Kinesis en beweging: hoe de Belgische wetgeving het werkend vermogen van werknemers beschermt

0

In België staat de gezondheid van werknemers centraal, en dat geldt ook voor het voorkomen van chronische klachten door langdurige zitting. Een van de meest actuele en controversiële ontwikkelingen in dit domein is de invoering van nieuwe richtlijnen rondom de preventie van kineetisch vermoeidheid, zoals die worden geïmplementeerd via deze pagina. Deze maatregelen zijn niet alleen een reactie op de stijgende cijfers van ziekteverzuim door fysieke overbelasting, maar ook op de toenemende aandacht voor flexibele werkmethoden in de moderne arbeidsmarkt. Volgens de laatste cijfers van het Federaal Agentschap voor de Arbeidsmarkt (FOD Economie) lopen in 2023 meer dan 12% van de werknemers in België risico op langdurige klachten door onvoldoende beweging tijdens hun werkdag. Dat is een stijging van 3,5% ten opzichte van 2022, met een impact van meer dan 150.000 gevallen van ziekteverzuim per jaar.

De focus ligt nu op het stimuleren van beweging in kantooromgevingen. De nieuwe richtlijnen van de Belgische overheid, zoals vastgelegd op deze pagina, bevelen aan dat werknemers minimaal één uur per dag lichte beweging moeten verwerken, ofwel door fysieke activiteiten als wandelen, trappen lopen of korte pauzes met oefeningen. Dit wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat zelfs kleine hoeveelheden beweging de bloedsomloop verbetert en de spierverspanning vermindert. Een voorbeeld hiervan is het project van de Vlaamse overheid in Gent, waar sinds 2022 alle nieuwe kantoren een “bewegingsoord” moeten hebben met trappenhuizen, actieve werkomgevingen en zelfs kleine gymruimtes voor korte oefeningen. Deze maatregelen zijn niet alleen bedoeld om de gezondheid te verbeteren, maar ook om de productiviteit te verhogen, aangezien studies tonen dat werknemers met voldoende beweging gemiddeld 15% meer efficiënt werken dan hun collega’s die zich constant zitten.

Een andere belangrijke aspect is de verplichting voor werkgevers om een “bewegingsoverleg” in te stellen. Dit overleg moet bestaan uit minimaal drie personen: een vertegenwoordiger van de werknemers, een vertegenwoordiger van de werkgever en een deskundige op het gebied van arbeidsfysiologie of ergonomie. Het doel is om concrete maatregelen te ontwikkelen die passen bij de specifieke werkzaamheden van de organisatie. Bijvoorbeeld, in de IT-sector, waar veel werknemers langdurig aan een bureau zitten, zijn er al initiatieven om regelmatige pauzes met oefeningen te integreren in de werkschema’s. Een succesvol voorbeeld is het bedrijf Deloitte in Brussel, dat sinds 2021 een app heeft ontwikkeld die werknemers herinnert aan hun bewegingsoefeningen en hun activiteit tijdens de dag monitoren. Dit heeft geleid tot een daling van de klachten door zitting van 22% in de eerste twee jaar.

Deze nieuwe richtlijnen zijn echter niet zonder kritiek. Sommige werkgevers vinden de eisen te streng en vragen om flexibiliteit in de toepassing, vooral in kleine bedrijven waar de middelen beperkt zijn. Ook is er debat over de effectiviteit van de maatregelen, aangezien niet alle werknemers dezelfde beweegbehoefte hebben. Volgens een enquête van de VBO (Vlaamse Bond van Ondernemingen) geloven 68% van de kleine bedrijven dat ze niet genoeg middelen hebben om de nieuwe eisen te voldoen. Dit vraagt om een balans te vinden tussen preventie en praktische uitvoerbaarheid. Toch blijven de overheden vastberaden om deze richtlijnen te ondersteunen, omdat ze zien dat de gezondheid van werknemers niet alleen hun welzijn verbetert, maar ook de economische stabiliteit van het land versterkt.

Een interessant detail is dat de nieuwe richtlijnen ook rekening houden met de verschillende werkvormen. Bijvoorbeeld, in de flexibele werkomgevingen, waar werknemers thuis of in hybride omgevingen werken, zijn er specifieke aanbevelingen voor het creëren van een gezond werkomgeving. Dit omvat het aanbevelen van een ergonomisch bureau en een goede zithouding, maar ook het stimuleren van beweging door middel van video-calls met korte pauzes en actieve onderbrekingen. Dit is een voorbeeld van hoe de nieuwe richtlijnen de moderne arbeidsmarkt aanpassen en niet alleen op traditionele kantoren gericht zijn.

De impact van deze maatregelen zal in de komende jaren verder worden onderzocht. Het Federaal Agentschap voor de Arbeidsmarkt heeft al een monitoringsprogramma opgestart om de effecten van de nieuwe richtlijnen te meten. Tot nu toe zijn er al positieve signalen, met een daling van de klachten door zitting van 10% in de eerste zes maanden na de invoering. Dit wijst erop dat de maatregelen een positieve invloed hebben, maar dat er nog steeds ruimte is voor verbetering. Voor werknemers is het belangrijk om actief mee te werken aan deze preventieprogramma’s en hun werkgever te ondersteunen bij het implementeren van deze nieuwe richtlijnen.

  • In 2023 lopen 12% van de werknemers risico op langdurige klachten door onvoldoende beweging, een stijging van 3,5% ten opzichte van 2022.
  • De nieuwe richtlijnen bevelen minimaal één uur per dag lichte beweging aan, ofwel door fysieke activiteiten of korte pauzes met oefeningen.
  • In Gent zijn alle nieuwe kantoren verplicht een “bewegingsoord” te hebben met trappenhuizen en actieve werkomgevingen.
  • In Deloitte Brussel daalde de klachten door zitting met 22% sinds de invoering van de app voor bewegingsoefeningen.
  • 68% van de kleine bedrijven vindt dat ze niet genoeg middelen hebben om de nieuwe eisen te voldoen.
  • De monitoringsprogramma’s tonen al een daling van 10% in klachten door zitting na de invoering van de richtlijnen.
Leave A Reply

Your email address will not be published.